Maarten

7 maart 2019

Het eten bij mijn dierbare vrienden had me goed gesmaakt. Met een glimlach keek ik naar het grote Mariabeeld met kind dat ik kreeg. Omdat het bij mij hoorde en hij het gevoel had dat hij het beeld aan mij moest geven. “Je weet toch dat ik niet op die manier gelovig ben” vroeg ik nog, voor ik het aannam. Het ging hier om zijn gevoel, hij wilde het graag geven, ‘Het hoorde bij mij’.

Mijn oog valt vervolgens op mijn telefoon waar een zenuwachtig lampje knippert. 5 gemiste oproepen. Oké, iemand wil mij bereiken. Het blijkt mijn vriend en voormalig echtgenoot te zijn. Vreemd. Hij belt nooit zomaar, hij appt altijd of het uitkomt.

Ik laat de carkit terugbellen terwijl ik de straat uitrijd. Niemand neemt op. Nagenietend leg ik de 10 km af. Tot mijn verbazing zie ik, als ik de straat van mijn huisje inrijd, een bekende auto voor mij de straat indraaien. De auto van Harold, die ik niet kon bereiken.

Hij parkeert bij de kerk naast mijn huis en stapt uit, ik draai mijn raampje open en zeg: ”Hé wat een verrassing”. Ergens in mijn onderbuik draait iets een rondje. In mijn ooghoeken zie ik mijn kinderen uit zijn auto stappen. Ik denk aan mijn ouders en duw die gedachte weer weg. “Zet je auto maar even hier”, zegt hij… Er is iets, ik voel de spanning.

Als ik de parkeerplaats opdraai zegt hij: “Blijf maar even zitten ik moet je iets vertellen”. Met een open portier voel ik mijn hartslag omhoog gaan en mijn oren beginnen te suizen. Twee van onze drie kinderen staan op de stoep. Ik slik en zeg niks.

Maarten heeft vanmiddag een heel ernstig ongeluk gehad zegt zijn stem… Ik kijk… ik hoor de woorden dreunen, en denk oké… ernstig…wat is ernstig. Ik kijk om me heen en grijp het stuur vast. Zie hem slikken en naar adem happen… Hij wipt op zijn tenen, kijkt kort omhoog en zeg dan; “ en is daarbij overleden…. “

Ik weet gek genoeg nog dat de klok sloeg, ik denk dat het half acht was. Ik hoorde een vrouw schreeuwen en begreep dat ik het zelf was. Nee, schreeuwde de stem nee nee nee. Ik ben uit de auto gevallen en lag naast mijn auto op de grond. Mijn dochter mompelde mama toch, mammaatje en mijn jongste zoon greep me vast en duwde zijn hoofd in mijn nek. De kinderen waren bij me. Direct was er het besef dit kan niet, ik moet opstaan, sterk zijn. Blijkbaar heb ik dat ook uitgesproken want dat vertelden ze me later.” “Kom, we gaan naar binnen lieverds” heb ik ik gezegd. “Kom maar” en sloeg mijn armen om ze heen… “We kunnen dit”. Op dat moment begon de pijn in mijn buik, een pijn die ik nooit meer zal vergeten.

Achteraf vind ik “We kunnen dit”, een bizarre uitspraak die iets met’ doen’ te maken had. Het moment dat voor ons alles, alles, alles anders werd. En we konden helemaal niks meer doen.

Mariabeeld van Guido gekregen op 7 maart 2019
Dit bericht is geplaatst in activiteit. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *