lifeline in deze tijden van Corona.

Heb je behoefte aan een gesprek over onzekerheid, verdriet, rouw? In deze tijden van corona zijn er misschien ook vragen over eenzaamheid, veiligheid, autonomie etc. Dankzij de mensen van Lifeline kun je je verhaal kwijt. Zij zijn gewend om te luisteren, om verwarrende gedachten te helpen ontwarren. Er kan behoefte zijn aan duiding, betekenisgeving. Deze mensen zijn daartoe in staat. Het zijn professionals in het begeleiden op levensvragen en zingeving. Ze zijn opgeleid tot praktisch filosoof, geestelijk verzorger, counselor of life-coach.
In principe gaat het om eenmalige gesprekken. Wil je een vervolggesprek, dan maak je samen een afspraak over tijdstip en mogelijke kosten. De Lifeline bellen is gratis.

Dit zijn de mensen van Lifeline:

Hans Bouman: 06 53 54 18 90
dinsdag t/m vrijdag 13.00 – 15.00 uur
zaterdag 10.00 tot 12.00 uur

Ariane van Heijningen: 06 13 12 89 71
elke werkdag 16.00 – 17.00 uur
meer informatie: www.denkplaats.nl

Anke de Jong-Koelé: 06 42 07 40 72
meer informatie: www.virtuspraktijk.nl

Ria Pool Meeuwsen: 06 52 37 33 78
maandag t/m donderdag: 17.00 – 18.00 uur
donderdag en vrijdag: 09.00 – 10.00 uur
meer informatie: www.werkmetLef.nl

Tessa Meester: 06 53 76 16 91
elke dag 09.00 – 12.00 uur
meer informatie: www.momentob.nl

Jos de Munnik: 06 28 93 96 69
meer informatie: www.zin-in-zicht.nl

Peter Schmitz: www.denkkracht.nl
elke werkdag: 11.00 – 22.00 uur

Marlies Verlinde: 06 54 92 43 74
dinsdag: 10.00 – 12.00 uur
donderdag 14.00 – 16.00 uur
meer informatie: www.mevrouwhelderder.nl

Jacqueline Vingerling: 06 23 20 06 05
elke werkdag: 09.00 – 14.00 uur en 20.00 – 22.00 uur
meer informatie: www.denkrand.nl

Alleen door ons handelen kunnen wij mens zijn onder de mensen, kunnen we samen zorgdragen voor de wereld. Vanuit liefde voor de wereld, Amor Mundi.
Samen nemen we  verantwoordelijkheid voor een gezonde, vitale publieke ruimte. – Hannah Arendt

Geplaatst in activiteit | Een reactie plaatsen

7 Maart 2019

Maarten

Samen lopen we naar mijn huis. De boerderij met het hoge dak. De kamer met het acht meter hoge plafond, voelt vreemd. We zwijgen.

Koud, veel te koud is het. We houden elkaar vast. De afwezigheid van Maarten is onwerkelijk aanwezig. Nog nooit ben ik me zo bewust geweest van de begrensdheid van mijn lichaam. Ik sta op een plek die thuis is en toch sta volledig op de verkeerde plek. In mijn gevoel rek ik mijn hart op om bij Maarten te zijn.

“Waar is Maarten nu”, vraag ik. “In Maastricht, we kunnen daar om negen uur terecht”. “Als dat om negen uur kan, kan dat ook nu” zeg ik. We knikken allemaal en vertrekken. Ik zie nog het vreemde licht voor me dat ik zag rond de kerktoren. Mijn gedachten zijn volledig helder en ik voel me onwezenlijk kalm. Achterin zitten Minne en Janneke die ieder uit een eigen raam kijken. Ieder in de eigen wereld, allemaal met ons eigen verdriet. Harolds handen omklemmen het stuur. Hij zal ons veilig brengen waar we moeten zijn. We hebben niets te zeggen.

De pijn in mijn lijf voelt inmiddels ondragelijk. Mijn buik lijkt volledig in verzet tegen alles wat waar is. Mijn mooie, lieve, bijzondere zoon, dood. De misselijkheid, de pijn de tranen die in stromen over mijn wangen rollen, ik ben me er bewust van zonder me er tegen te verzetten. Is het de pijn die ondragelijk is of de gedachte in mijn hoofd? Ik weet het niet. Nog nooit ben ik zo volledig aanwezig geweest bij wat er is. Ik kan me de geur herinneren van de auto, en de bijzondere kleur die ik door de koplampen zie. Ik voelde de hartslag in mijn keel en voel nog hoe de lucht bij mijn neus naar binnen stroomt. Adem in en adem uit…We zijn op weg naar Maarten en Maarten is dood.

Als we bij het ziekenhuismortuarium aankomen komt er net een uitvaatondernemer met een lichaam in een body bag naar buiten. Een golf van afschuw gaat hoorbaar door de kinderen heen. “Nee nee, dat is Maarten niet zeg ik…”We wachten, ik voel de onrust van de kinderen. “We zijn net lammeren voor de slachtbank,” denk ik. Mijn hart huilt om de kinderen die dit moeten meemaken. Tegelijk realiseer ik me dat wij als ouders dit ook meemaken. Dat ik als moeder dit meemaak. Dat ik dit meemaak.

We gaan naar binnen, de man achter de balie komt naar ons toe en zegt onhandig, “Hij is net klaar de kaarsen zijn nog niet aan”. Waar is hij vragen we, en kaarsen zijn niet nodig zeg ik nog. De man wijst naar een deur.” Zien we hem direct als de deur open gaat vraag ik nog,” Ja, knikt de man. Ik open de deur.

In de hoek van de kamer staat een gedrocht van een houten opbaar bed, met een soort gouden vleugels aan de achterkant. Pilaren met kaarsen… het is werkelijk bizar. Het hele tafreel is bizar…Op het bed ligt mijn kind. In zijn motorpak dat kapot geknipt is aan de voorkant. Ik voel een enorme golf kots naar boven komen, ik slik het in.” Ach lieverd toch” zeg ik, “We zijn er…”. Om me heen hoor ik gillen en huilen. Ik registreer de rust die zich weer meester maakt van mij en ga naast hem zitten op de rand van het bed. Ik zeg “Om jou hoef ik me nooit meer zorgen te maken” en streel zijn hoofd, zijn wangen zijn handen. Ik kus hem en zeg jongens, hij is nog een beetje warm. Ik hoor mijn stem en de wonderlijke klank daarvan, de gekke onbelangrijke dingen die ik zeg alsof ik het niet ben.

Dit beeld zal ik nooit meer kwijtraken. Het dichtgenaaide gat in zijn voorhoofd, de schemer van rood door zijn haren. Zijn witte knokige jonge handen. Onze mooie man ligt hier. Zinloos, kansloos…verloren en dood. Wat zou ik graag zijn prachtige ogen nog een keer zien, zijn observerende ernstige blik. Zijn twinkeling tegelijk van plezier of sarcasme… Ik hoor de stem in mijn hoofd die zegt, “Dat zul je niet meer zien”. En denk dan: “Hij zal niet meer zien”.. Ik sluit mijn ogen terwijl de tranen over mijn gezicht stromen.

Gewaarzijn, helder zijn het was nog nooit zo helder als op dat moment. Ik ben volledig hier en me bewust van mijn niet verder rijkende kracht dan hier overeind blijven. Ik voel mijn onvermogen om de anderen te troosten. Om ze te beschermen tegen dit onvoorstelbare verlies van onze zoon en broer, … Zijn we als mens wel opgewassen tegen dit soort pijn?

Geplaatst in activiteit | Een reactie plaatsen

Maarten

7 maart 2019

Het eten bij mijn dierbare vrienden had me goed gesmaakt. Met een glimlach keek ik naar het grote Mariabeeld met kind dat ik kreeg. Omdat het bij mij hoorde en hij het gevoel had dat hij het beeld aan mij moest geven. “Je weet toch dat ik niet op die manier gelovig ben” vroeg ik nog, voor ik het aannam. Het ging hier om zijn gevoel, hij wilde het graag geven, ‘Het hoorde bij mij’.

Mijn oog valt vervolgens op mijn telefoon waar een zenuwachtig lampje knippert. 5 gemiste oproepen. Oké, iemand wil mij bereiken. Het blijkt mijn vriend en voormalig echtgenoot te zijn. Vreemd. Hij belt nooit zomaar, hij appt altijd of het uitkomt.

Ik laat de carkit terugbellen terwijl ik de straat uitrijd. Niemand neemt op. Nagenietend leg ik de 10 km af. Tot mijn verbazing zie ik, als ik de straat van mijn huisje inrijd, een bekende auto voor mij de straat indraaien. De auto van Harold, die ik niet kon bereiken.

Hij parkeert bij de kerk naast mijn huis en stapt uit, ik draai mijn raampje open en zeg: ”Hé wat een verrassing”. Ergens in mijn onderbuik draait iets een rondje. In mijn ooghoeken zie ik mijn kinderen uit zijn auto stappen. Ik denk aan mijn ouders en duw die gedachte weer weg. “Zet je auto maar even hier”, zegt hij… Er is iets, ik voel de spanning.

Als ik de parkeerplaats opdraai zegt hij: “Blijf maar even zitten ik moet je iets vertellen”. Met een open portier voel ik mijn hartslag omhoog gaan en mijn oren beginnen te suizen. Twee van onze drie kinderen staan op de stoep. Ik slik en zeg niks.

Maarten heeft vanmiddag een heel ernstig ongeluk gehad zegt zijn stem… Ik kijk… ik hoor de woorden dreunen, en denk oké… ernstig…wat is ernstig. Ik kijk om me heen en grijp het stuur vast. Zie hem slikken en naar adem happen… Hij wipt op zijn tenen, kijkt kort omhoog en zeg dan; “ en is daarbij overleden…. “

Ik weet gek genoeg nog dat de klok sloeg, ik denk dat het half acht was. Ik hoorde een vrouw schreeuwen en begreep dat ik het zelf was. Nee, schreeuwde de stem nee nee nee. Ik ben uit de auto gevallen en lag naast mijn auto op de grond. Mijn dochter mompelde mama toch, mammaatje en mijn jongste zoon greep me vast en duwde zijn hoofd in mijn nek. De kinderen waren bij me. Direct was er het besef dit kan niet, ik moet opstaan, sterk zijn. Blijkbaar heb ik dat ook uitgesproken want dat vertelden ze me later.” “Kom, we gaan naar binnen lieverds” heb ik ik gezegd. “Kom maar” en sloeg mijn armen om ze heen… “We kunnen dit”. Op dat moment begon de pijn in mijn buik, een pijn die ik nooit meer zal vergeten.

Achteraf vind ik “We kunnen dit”, een bizarre uitspraak die iets met’ doen’ te maken had. Het moment dat voor ons alles, alles, alles anders werd. En we konden helemaal niks meer doen.

Mariabeeld van Guido gekregen op 7 maart 2019
Geplaatst in activiteit | Een reactie plaatsen